In een eerdere blog  werd uitleg gegeven over het verschil in kleuren en hardheid van verschillende soorten bamboe, maar wat bepaalt de dikte binnen een soort? Je hebt een Guadua paal van ø 5-7, maar ook een Guadua paal van ø 13-15 cm en soms nog wel groter! Je kunt ook nog verschil ervaren terwijl je bijvoorbeeld 3 palen van ø 9-11 x 300cm besteld. In deze blog leggen we uit hoe dat kan

 

Bamboe groeit razendsnel. In die snelle groei haalt het veel CO2 uit de lucht. Dit slaat de bamboe op onder de grond. Bamboe groeit namelijk niet alleen in de hoogte, maar ook onder de grond in de breedte.

 

Bamboe heb je in dat opzicht in twee soorten: woekerende en niet-woekerende bamboes. Soms is het halve bos van 1 ondergrondse wortel(rhizome) gegroeid. In de natuur is dit heel fijn voor mooie bossen. Dit eerste plantje moet nog hard vechten voor zijn plek in de grond. De bamboe die uit deze ondergrondse wortels omhoogkomt, heeft daarentegen al een mooi netwerk om te voorzien in de behoeftes voor succesvolle groei. Je kunt dus een klein bamboeplantje planten waar een paar jaar later enorme nieuwe planten van omhoog komen.  Zo komen er enorme scheuten de grond uit en geeft dit weer supersterke bamboe om te oogsten. Bij niet-woekerende, of: clumping bamboo, is het eigenlijk dat er 1 bamboe de moeder is. Vanuit de ondergrondse klomp van die ene bamboe groeien andere planten. Deze herken je in het wild bijvoorbeeld als een cluster van bamboe bij elkaar. 

 

De manier van groeien bepaalt voor een groot deel hoe dik de bamboe is. In tegenstelling tot een boom groeit bamboe bovengronds niet de breedte in, naarmate het ouder is. Maar de bamboe komt niet als volwassen boom uit de grond. Zoals je kunt zien op de foto zijn het toch, ondanks de grootte, wel echt scheuten. Uiteindelijk groeien deze tot wel 30 meter hoog! Bamboe loopt hierdoor altijd wat ‘taps toe’. Dit betekent dat er een marge verschil in de ø (diameter) zit. Het maakt dus wel uit aan welke kant je het afmeet. Bij palen tot 2 meter lang merk je dat verschil bijna niet. Bij palen vanaf 3 meter kun je daar wel een percentage aan hangen. Guadua is bijvoorbeeld een stuk vaster in ø en loopt gemiddeld zo’n 10% toe. Bij Moso bamboe kan dit zo’n 20-30% zijn. Maar dat hoeft niet te betekenen dat er verschil in diameter zit in jóúw stok. Het is niet altijd zo dat er zo veel verloop is. Dit heeft te maken van de positie van de stok in de gehele bamboe.

 

Een Moso bamboe kan bijvoorbeeld wel tot 28 meter hoog worden! Als je hier palen van 3 meter uithaalt, zitten sommige palen dus meer aan de bovenkant en andere aan de voet van de bamboe. De mate van verloop wordt bepaald door uit welk deel van de plant de paal komt. Wij houden natuurlijk altijd in de gaten dat die marges zo klein mogelijk zijn.

 

Behalve de mate van taps toelopen, zegt de afstand tussen de nodes ook wat over uit welk deel de paal vandaan komt. Zo zitten beneden in de bamboe veel nodes relatief dicht op elkaar. Tijdens het groeien zal ook de ruimte tussen de nodes groeien. Bovenin zit er weer steeds minder ruimte tussen de nodes. De nodes bieden de bamboe stevigheid en bepalen de sterkte van de bamboe. Het is dus efficiënt voor de bamboe om onderin minder ruimte te hebben tussen de nodes. De ruimte tussen de nodes is deels bepaald per soort. De ene soort heeft meer ruimte dan een ander. De omstandigheden spelen hierbij ook een belangrijke rol. Meer water betekent grotere internodes.


Op deze afbeelding zie je hoe je 3 verschillende palen haalt uit een bamboe van 10 meter. Bij het kappen van bamboe laten we altijd nog genoeg bamboe over. Deze bamboe zorgt dan weer voor de nieuwe aangroei.


Zo kun je dus aan de hand van hoe je bamboepaal er uit ziet, een schatting maken waar deze uit de gehele paal komt. Meer ruimte tussen de nodes en minder taps toe komt bijvoorbeeld van een lager deel van de bamboe.